Losse sessies, strippenkaart of abonnement
De meeste trainers beginnen met losse sessies, omdat het de makkelijkste verkoop is. Iemand twijfelt, boekt één keer, en beslist daarna opnieuw. Precies dat 'opnieuw beslissen' is alleen ook de reden dat je inkomen meebeweegt met vakanties, drukte op het werk en het weer.
Een strippenkaart haalt die beslissing naar voren. De klant betaalt vooruit, jij hebt je omzet binnen, en de drempel is lager dan bij een abonnement omdat er geen maandelijkse verplichting aan hangt. De prijs die je ervoor betaalt is administratief: je moet bijhouden hoeveel strippen er nog openstaan, wanneer ze verlopen en wat je doet als iemand na acht maanden terugkomt met drie ongebruikte sessies.
Abonnementen geven het rustigste inkomen, maar vragen het meest van je begeleiding. In een maand waarin een klant door griep of vakantie maar twee keer komt, moet er genoeg zijn waarvoor hij betaalt: een schema dat meebeweegt, voeding waar je naar kijkt, iemand die bereikbaar is. Zonder dat tussenwerk voelt een abonnement al snel als geld weggooien, en dan zegt hij op in januari.
In de praktijk kiezen weinig trainers één model. Vaak is het een abonnement voor de vaste kern, een strippenkaart voor de mensen die om de week komen, en losse sessies als kennismaking. Dat werkt prima, zolang je zelf weet welke klant onder welke afspraak valt.
En daar zit de echte valkuil. Niet in het model, maar in het bijhouden ervan. Een prijsstructuur die je niet moeiteloos kunt terugvinden in je agenda en je facturen, kost je uiteindelijk meer dan hij oplevert.
Schrijft over het ondernemersdeel van personal training: planning, tarieven en administratie.
